
SSVG-Hoogleraar Timothy Stacey droeg bij aan het symposium Betekenisvol Leven. Zijn bijdrage vormt de basis van de onderstaande blog.
Ik ben opgevoed in de Anglicaanse Kerk. God was een van de belangrijkste dingen in mijn leven. Ik ging elke week naar de zondagschool. Ik bewaarde de Bijbel onder mijn kussen. Ik dacht dat God me strafte als ik negatieve gedachten over anderen had. Een grote concurrent voor mij heette Daniel Holley. Hij was altijd een stap voor, hij had betere cijfers… Maar ik moest geen negatieve gedachten over hem hebben.
Toen, op een zondag, toen ik ongeveer 7 was, werden we iets later wakker. We ontbeten. We gingen naar de pub voor de lunch. En de volgende zondag gebeurde het weer, en nog een keer…
God?
Ben je verdwenen?
Oké….
Dus… mag ik nu een hekel hebben aan Daniel Holly?
****
Het is grappig, maar dat is een van de meest vormende momenten in mijn leven. Dat gevoel dat God is weggeglipt.
Een tweede moment kwam toen ik 13 was.
De stad waar ik opgroeide was van de lagere middenklasse. Niemand die ik kende was erg arm. Maar van niemand werd ook verwacht dat ze veel zouden bereiken.
Op een dag kreeg mijn vader de kans om naar Moskou, Rusland, te verhuizen. Hij nam het aanbod aan en binnen een paar maanden zat ik op school met de kinderen van diplomaten en zogenaamde businessmen. Ik was dolblij met dit nieuwe voorrecht. Een rijke tiener zijn in een stad zonder wetten. Maar ik was ook boos. Boos over het verschil in levenskansen tussen mijn vrienden in Engeland en mijn nieuwe vrienden in Moskou.
Deze twee ervaringen hebben een leegte gecreëerd die ik sindsdien heb geprobeerd met betekenis te vullen: het gaat tegelijkertijd om een diep gevoel van persoonlijke verbondenheid met iets hogers, en om ervoor te zorgen dat al die betekenis ergens terechtkomt, in echte solidariteit met anderen.
Tijdens mijn bacheloropleiding in filosofie en theologie begon ik te beseffen dat mijn persoonlijke ervaringen konden worden gezien als een microkosmos van veranderingen die zich in het Westen hadden voltrokken. Een groep zogenaamde postliberale filosofen, zoals Alasdair MacIntyre, John Milbank, en Charles Taylor, stelde dat het Westen met de opkomst van liberale waarden en de neergang van het christendom een gedeeld verhaal had verloren en daarmee een belangrijke bron van zingeving en solidariteit.
Hun punt leek te zijn dat de bevrijding te ver was doorgeschoten. Niet omdat ze tegen vrijheid van denken, seks en seksualiteit waren, maar omdat ze vonden dat er onvoldoende nadruk was gelegd op het ontwikkelen van gedeelde betekenis en solidariteit.
Is hun verhaal aannemelijk?
- Hoewel Marx veel heeft bijgedragen aan het blootleggen van het probleem, speelde het christendom een centrale rol bij de ontwikkeling van de verzorgingsstaten over de hele wereld.
- Bovendien leken secularisatie, individualisering en neoliberalisme inderdaad hand in hand te gaan. In een steeds technocratischer wordende politiek is er weinig ruimte voor de taal van zingeving en liefde.
- We kunnen dit ook deels zien als een metafoor voor een groot deel van het christendom en levensbeschouwelijke tradities: ze zijn geliberaliseerd en hebben leden verloren. Mensen lijken zich af te vragen: als ik zelf kan beslissen, waar heb ik dan een gemeenschap voor nodig?
- Er zit ook enige waarheid in, vanuit de andere kant. Neoliberalisering betekent minder zekerheid, minder tijd om na te denken over diepere betekenis.
Maar, als jonge man die God kwijt was, voelde ik me diep betrokken bij solidariteit. En de mensen die ik kende en die hun tijd aan goede doelen besteedden, hadden zelden iets te zeggen over geloof.
Kortom, ik was bereid de postliberale diagnose van het probleem te accepteren, maar de antwoorden die zij gaven – namelijk om op de een of andere manier het christendom weer centraal te stellen in het sociale en politieke leven – spraken mij niet aan. Hoe kon ik dan het uitgangspunt accepteren maar de conclusie verwerpen? Welke creatieve alternatieven zouden er kunnen zijn?
Op zoek naar antwoorden voor mijn doctoraat verliet ik de filosofie en theologie en richtte ik me op de sociologie. Ik ging samenwerken met community organisers. Deze organisers hebben hun wortels in het werk van Saul Alinsky in het Chicago van Al Capone. Zij brengen mensen uit kerken, vakbonden, moskeeën en scholen samen om te strijden voor zo benoemde small wins zoals een beter loon. Met richting op degenen die zich niet identificeerden met een religieuze of levensbeschouwelijke traditie, en die liberaal waren, probeerde ik hun inspiratiebronnen te begrijpen.
Toen ik tijd met deze groepen doorbracht, begon ik te denken dat zij de antwoorden hadden waarnaar ik op zoek was. In plaats van één gedeeld verhaal op te leggen, richten ze zich erop om individuen te helpen hun eigen persoonlijke verhaal op te bouwen en, via politieke rituelen, die verhalen te verbinden met de grotere strijd van de gemeenschap. Het idee is dat vrijheid weliswaar heilig is, maar alleen zin heeft als onderdeel van een gezamenlijke missie. Of, zoals ik hun standpunt in het Engels altijd heb samengevat: “there is no point in having freedom of speech if nobody cares to listen”. En dat is niet alleen omdat ik de solidariteit van anderen nodig heb om mijn rechten te beschermen, maar ook omdat mijn individuele gevoel van zingeving dieper is wanneer het tot uiting komt in een groep met gedeelde doelstellingen.
In plaats van dit theoretisch uit te leggen, wil ik jullie een voorproefje geven van het soort ritueel dat ik voor ogen heb. Ik zou graag willen dat jij je tot de persoon naast je wendt en vertelt over de eerste keer dat jullie voor iemand opkwamen, voor zover je je dat kunnen herinneren. Als je dat doet, kan je dan in één wordt beschrijven wat er op dat moment gebeurt?
Wat er volgens mij gebeurt, is dat we de lagen van verschillen afpellen en de mens voor ons zien, ons op emotioneel niveau met hen verbinden en via die verbinding het potentieel voor gezamenlijke actie opbouwen.
In groepen als deze is het leiden van een zinvol leven nauw verbonden met de mogelijkheid om je gehoord te voelen door een gemeenschap die voor je opkomt.
Maar hoewel dit werk krachtig is, spreken de groepen die ik beschrijf niet namens een groot deel van de samenleving. Hun werk is inspirerend, maar niche.
Ik ben in 2011 voor het eerst met hen gaan werken en over hen gaan schrijven. Sindsdien hebben we de snelle opkomst gezien van populistische en extreemrechtse politiek die gedijt op een vermeend gebrek aan betekenis en solidariteit in de samenleving. Ze bouwen sterke verhalen op over een gevoel van identiteit en trots dat verloren is gegaan en dat kan worden herwonnen.
In 2021 leverde ik het manuscript in van mijn boek Saving Liberalism From Itself: The Spirit of Political Participation. Toen, met Biden aan de macht in de Verenigde Staten, leek het erop dat er tijd zou zijn om het soort politiek waar ik het over heb weer op te bouwen. Nu zien we een sluipend fascisme, de opkomst van AI en een wereldwijde oorlog.
En toch blijft mijn antwoord hetzelfde: om betekenis te vinden in deze steeds donkerder wordende tijden, moeten we offline gaan, onze instellingen binnengaan, beginnen te luisteren en vanaf de basis macht opbouwen.
Geef een reactie