Over een wapperende betekenaar

Timothy Stacey is bijzonder hoogleraar Vrijzinnige Religiositeit en Humanisme. In zijn denken wil hij een brug slaan tussen academisch denken en maatschappelijke verandering; in deze blog analyseert hij verschuivende dominante symbolen binnen het politieke gesprek.
Wat hebben Geert Wilders en Rob Jetten gemeen? Het lijkt niet veel, als het om ideologie, identiteit of karakter gaat. Maar er is één cruciaal punt: ze weten allebei hoe ze de Nederlandse vlag kunnen inzetten voor hun eigen, zeer verschillende, politieke visies.
Iedereen kan een vlag zwaaien
Het lijkt misschien vreemd om dit op te merken. Zoals we de afgelopen maanden hebben gezien, kan iedereen een vlag zwaaien. Maar: veel minder mensen hebben de creativiteit, en het charisma, om een dergelijk dominant symbool te herinterpreteren. En nog veel minder mensen kunnen dat op een manier doen, die het grote publiek overtuigt.
Het succes van Jetten gaat nog verder. Als leider van wat ooit het politieke centrum werd genoemd, wist hij dat het mobiliseren van de nationale vlag, als hij dat verkeerd aanpakte, veel van zijn potentiële aanhangers zou kunnen afschrikken. Het grootste deel van de politieke klasse is opgegroeid in de heersende ideologie van het politiek liberalisme, waarin het te sterk benadrukken van een identiteit of visie het risico met zich meebracht dat mensen worden buitengesloten.
Maar zoals Jeroen Oomen, Jesse Hoffman, Maarten Hajer en ik betogen in Dramaturgies of Change: Staging Political Transformation, hebben de politieke bewegingen die het meest succesvol zijn geweest in het inspireren van maatschappelijke transformatie, één ding gemeen: het vermogen om dominante symbolen te identificeren en te mobiliseren. Die symbolen variëren van nationale vlaggen tot het kruisbeeld, tot het idee van ‘vrijheid’. Zo hebben beide partijen in de apartheidsbeweging het kruisbeeld gemobiliseerd; Donald Trump én degenen die door zijn ICE-agenten worden gearresteerd, mobiliseren ook (zeer verschillende) visies op vrijheid. Het cruciale punt is dat deze dominante symbolen stilistisch stabiel zijn, maar inhoudelijk flexibel. Simpel gezegd: ze blijven decennialang, zo niet millennia lang, in relatief dezelfde vorm bestaan, maar staan ze ook open voor radicale herinterpretatie?
Dominante symbolen
De vraag is dus: hoe kunnen wij, die het geloof in democratie willen hooghouden en tegelijkertijd sociale en ecologische rechtvaardigheid willen bevorderen, dominante symbolen identificeren en creatief herinterpreteren op een manier die een breed publiek aanspreekt? Het beantwoorden van deze vraag zal centraal staan in mijn werk in de komende vijf jaar. Hoewel mijn werk geen blauwdruk biedt, geeft het wel een duidelijke richting aan.
Ik begin met de stelling dat, omdat de sociale en politieke realiteit op een fundamenteel niveau geënsceneerd is, het nuttig is om politiek op dezelfde manier te analyseren als we dat met theater en film doen: in termen van uitvoeringen, scripts, podia, media, productie en publiek.
De politieke regimes waaronder we leven, en ons begrip van wat politiek mogelijk en wenselijk is, worden in stand gehouden door verhalen. Deze narratieven spelen zich af in zorgvuldig samengestelde en gecultiveerde voorstellingen: zoals de vreedzame machtsoverdracht, uitgevoerd in grootmoedige toespraken waarin de verliezer zijn nederlaag toegeeft (denk aan wat er gebeurt als charismatische leiders weigeren hun nederlaag toe te geven!); tot ons vermogen om te luisteren naar de giftige tirades van een vriend, en te doen alsof hun waarheid net zo geldig is als de onze. Om te begrijpen hoe macht werkt, moeten we deze zorgvuldig ontleden, zoals goede filmrecensenten dat doen.
Het mooie is dat zodra we realiseren dat de sociale en politieke realiteit verzonnen is, we nieuwe realiteiten kunnen gaan bedenken. Dat doen we door onze manier van optreden te veranderen, alternatieve podia te gebruiken, scripts om te draaien, nieuwe media in te zetten, de controle over de productiemiddelen over te nemen óf ons tot een ander publiek te richten.
Het briljante aan Rob Jetten’s aanpak om de Nederlandse vlag terug te winnen, was dat hij niet de indruk wekte vastomlijnde waarden op te leggen. In plaats daarvan benadrukte hij dat de vlag, in een samenleving die tegelijk vrijzinnig én nativistisch is, van ‘alle Nederlanders’ is.
Sommigen zullen hier enigszins ongepast van worden, en duiden dit als schaamteloos opportunisme. Daarbij wil ik een kanttekening zetten: kritiek op zijn politieke agenda is één ding. Maar veel uitdagender is de vraag: waarmee gaan we zijn agenda vervangen? En misschien nog fundamenteler: hoe gaan we dat doen? De Nederlandse vlag zal, in welke vorm dan ook, nog wel een tijdje blijven wapperen. Hoe kunnen we die herinterpreteren, in het licht van de politieke doelen die ons aan het hart liggen?
Geef een reactie